De Noordzee, harlingen en koud

De Loods op Guernsey heeft ons verteld wat de beste tijd is om weg te gaan in verband met de enorme stromingen die er rond de kanaaleilanden lopen.

Dit betekend voor ons dat we om zeven uur ’s ochtends losgooien en koers zetten voor de laatste etappe van deze reis.
Eenmaal goed en wel buitengaats merken we al het effect van de stroming en dit zal alleen nog maar meer worden. Vanwege het gebrek aan wind motoren we rustig verder en een paar uur later zien we op de GPS dat onze snelheid maar liefst 13.5 knoop is. Dat is racesnelheid voor de Atlantis die zelf op de motor echt niet harder dan 8 knopen vaart.
’s nachts varen we door het kanaal bij Dover en het is daar topdrukte. Overal zien we scheepslichten om ons heen, het is net alsof je op de snelweg zit. Dit is dan ook de zeevaart equivalent daarvan, een van de drukst bevaren gebieden ter wereld.
Om al dit verkeer in goede banen te leiden is er een zogenaamd verkeersscheidingsstelsel ingesteld. Zoals de naam al doet vermoeden is dit om de schepen uit elkaar te halen en net als op de normale snelweg is er een rijbaan de ene kant op en een de andere kant op.
De franse verkeerspost meld, uiteraard in gebrekkig engels, dat er op dit moment een grote hoeveelheid vissersschepen bezig zijn met vissen en dat wij, de rest van de scheepvaart, daar maar even extra goed rekening mee moeten houden. Om het makkelijker te maken melden ze er ook nog maar even bij dat er een aantal boeien van hun niet meer verlicht zijn.
Dat dit ’s nachts dus voor veel extra werk zorgt blijkt als de vissers ook nog eens doodleuk tegen de verkeersrichting invaren en pas op het allerlaatste moment bereid zijn hun koers te verleggen. Alsof je spookrijders hebt dus op de snelweg.
Veel radio verkeer leidt alles gelukkig in goede banen maar van een rustige wacht is dus absoluut geen sprake.
De volgende dag zeilen we met een heerlijk zeilbare maar ijskoude oostenwind de Noordzee over. Voor het eerst krijgen we het nu echt koud en er gaan stemmen op om Harlingen maar te laten voor wat het is en rechtsomkeert te maken richting de Carieb. Het schip moet echter naar Harlingen voor onderhoud en de crew heeft er een lang seizoen opzitten dus van muiterij is gelukkig geen sprake. Meer lagen kleding dus en doorgaan.
Onze laatste nachtwacht gaat in en we genieten van een prachtige Noordzee. Als ik de volgende ochtend wakker wordt zijn we tot mijn verbazing alweer op het wad. Het gaat nu echt snel, de vloedstroom duwt in onze rug en zorgt dat we nog twee uur eerder dan verwacht aanmeren in Harlingen.
Vrienden en familie staan te wachten op de kade, de champagne gaat open en we vieren een prachtige tocht en een mooie afsluiting van het seizoen.

En natuurlijk, op naar de volgende tocht!

AIS & Guernsey

De dieptemeter kan inmiddels weer een waarde weergeven wat zo ongeveer betekend dat we niet meer op de Atlantische oceaan zitten. Daar was de diepte meer dan 4000 meter en dat is niet meer te meten door de dieptemeter. Nu zitten we weer op een goede 250 meter. De oversteek van De golf van Biskaje is hiermee definitief voltooid.

Door de voorspelde hard tegenwind in het kanaal hebben we koers gezet naar Guernsey.

Mijn laatste nachtwacht is ingegaan en rustig zeilen we richting het eiland. In de verte zien we plots een zwak schijnsel dat af ten toe aan is en dan weer weg.

Nu licht er in die richting inderdaad land met ook een vuurtoren maar eigenlijk is dat nog te ver weg om te kunnen zien. Ook is het licht te onregelmatig om een vuurtoren te kunnen zijn. Waarschijnlijk een schip dus en niet al te groot.

We kijken op de AIS, een systeem waarmee schepen informatie uitwisselen over onder andere koers, positie en snelheid, maar kunnen niets vinden en ook de radar geeft niet aan dat er iets is in die richting. We proberen dus maar door goed te kijken uit te vinden wat het kan zijn. Nu hebben we de afgelopen dagen een breed scala aan bizarre boordlichten gezien op vissersschepen, waarvan snel knipperende oranje zwaailampen het vreemdst waren, dus we kijken nergens meer van op maar vooralsnog kunnen we niet goed vaststellen of het nu om een rood of geel of iets van allebei gaat.

Inmiddels hebben we een aantal keren een heel zwak bliepje gezien om de radar op minder dan vier mijl. De peiling op de radar blijft al eventjes hetzelfde maar de afstand wordt steeds kleiner. Tijd om iets te gaan doen dus.

Stuurman Ali besluit dat we beter kunnen uitwijken en verlegt onze koers dertig graden bakboord. Een tijdje proberen we dit vol te houden maar algauw blijkt dat we nu met dezelfde snelheid en richting varen als het vooralsnog ondefinieerbare object. Zo komen we er niet voorbij dus en daarbij varen we nu de verkeerde kant op. We proberen het daarom maar eens over de andere kant.

Nu blijkt gelukkig de peiling veranderen en liggen we niet meer op aanvaringskoers. Wel zullen onze koersen elkaar dusdanig dicht kruisen dat we met volle alertheid het schip blijven volgen op de radar en natuurlijk met de verrekijker.

Het duurt een eeuwigheid voor ons gevoel maar dan zien we eindelijk een groen lichte naast het witte. We gaan dus goed langs het schip heen maar wel zo dichtbij dat we er ook maar eens een schijnwerper aan wagen. Nu zien we eindelijk pas dat het om een zeiljacht gaat.

Voor mij is het een ontzettend goede leer om te ervaren dat je als klein jacht dus eigenlijk bijna niet te zien bent door een groot schip en dat je nog zo’n goede radarreflector kan hebben maar dat dit zeker geen garantie is dat je ook op het desbetreffende scherm tevoorschijn komt.

AIS dus want hadden ze dit gehad dan waren we er veel eerder achter gekomen waarmee we te maken hadden en dus ook veel makkelijker afstand kunnen houden.

dolfijnen

Dolfijnen rond de boot is altijd weer een bijzondere ervaring. De enorme souplesse en het gemak waarmee ze letterlijk rondjes om de boot zwemmen maakt het een verademing om naar te kijken. We tellen er eerst 14 stuks maar een volgende ontmoeting zijn het er zoveel dat we maar stoppen met tellen.
Ze zwemmen graag pal voor de boeg met het schip mee en als ze uit het water springen kun je ze horen ademhalen. Met z’n allen in het kluivernet dus en foto’s en filmpje maken. En daarnaast natuurlijk genieten van deze prachtbeesten.
De eerste nacht op de Atlantische oceaan komen ze ons weer opzoeken. In de donkere nacht zie je de dolfijnen zelf niet maar de oplichtende algen die langs ze heen stromen maken groen opgloeiende contouren zichtbaar. Te donker om vast te leggen maar magisch om naar te kijken. Zeker een kwartier lig ik in het kluivernet naar beneden te kijken. Plots zijn ze weer weg en in de show over. Ik ben gelukkig!

dolfijnen

 

nog meer dolfijnen

Het kanaal

Biskaje is ons goed gezind. De wind blijft tegen verwachting in erg gunstig en hoewel we wel wat last hebben van golven die van een depressie verder op de oceaan komen is de oversteek rustig.

De Atlantis loopt soepel over de golven heen en we bewegen rustig van wacht naar wacht.

We hebben zelfs een dag volledig zon en beseffen dat dit waarschijnlijk de laatste zonnige, in ieder geval warme, dag van deze reis zal zijn. Met elke graad toename op de noorderbreedte daalt het aantal graden op de thermometer is de verwachting en dus is het best bijzonder om eind november op de golf van biskaje in je korte broek te kunnen rondlopen. We twijfelen… maken we nu mooie zon foto’s om het thuisfront lekker te maken? Dit maakt het natuurlijk extra lastig om straks thuis nog sterke verhalen op te hangen over de ontberingen van de oversteek. Ik kies voor het eerste, de verhalen daar verzin ik nog wel iets op…



 

Met het aftellen van de mijlen die ons nog resten naar Harlingen bespreken we hoe lang het nog ongeveer zal duren voor we er zijn. Uiteraard is dat lastig in te schatten zonder accurate weersverwachting en met nog ruim 700 mijl te gaan. Reden om met z’n allen een gokje te wagen. Een poule is gauw gemaakt op een A4-tje en druk gespeculeer en gereken is wat volgt. Ik zet in op donderdag om half negen ‘s avonds waarbij ik rekening houd met ergens nog een korte stop. We zullen zien!

 

Na twee dagen varen bereiken we dan eindelijk het kanaal. Nieuwe internetverbindingen kunnen worden opgezet en verse weerberichten stromen binnen. Die beloven harde tegenwind voor het kanaal en doen onze kapitein besluiten om een extra stop van waarschijnlijk twee dagen te plannen. Daar gaat m’n kans op de poule winnen.

Maar wel leuk: Ga ik toch dit jaar nog een van de engelse kanaaleilanden bezoeken!

Vol verwachting klopt ons hart…

De golf van Biskaje ligt voor ons. Een groot diep stuk water, berucht om z’n zware stormen, vooral in deze periode van het jaar. Sinterklaas is ons twee weken geleden voorgegaan en heeft het zonder kleerscheuren gehaald hebben we gehoord. Het zou ons dan toch ook moeten lukken.
We varen al een paar dagen langs de Portugese kust omhoog en merken dat de oceaan golven toch echt een stuk hoger zijn dan de middellandse zee. Gelukkig zijn ze ook vele malen langer en rustig lopen ze onder het schip door. Moeiteloos worden we 4-5 meter opgetild en zwaait het schip over de ene boeg met een forse helling. Vervolgens zakken we hetzelfde stuk weer naar beneden en begint de tocht naar een helling over de andere boeg. De forse golven komen van een depressie verder de oceaan op. De meeste wind is er wel uit maar de golven ijlen een tijdlang na.
Hoewel het schip zich er prima doorheen laat sturen wordt het leven aan boord wel een stukje oncomfortabel. Je moet je nu echt bij elke stap goed vasthouden, en het belang van alles zeevast zetten wordt goed duidelijk.
Met de laatste weerberichten die we nog binnenkrijgen via de internetverbinding vanaf de kust lijkt alles er goed uit te zien voor de komende dagen. Biskaje here we come!

Gibraltar

Hier had ik stiekem wel naar uitgekeken. Het is zo’n plek die bijzonder is vanwege zijn geografische ligging, het punt waar twee continenten bijna bij elkaar komen. Maar ook een extreem druk verkeersknooppunt waar alle schepen die de middellandse zee in of uit willen langs moeten (ok, op het suez kanaal na dan).

Dan heb je er ook nog die rots met apen, een kleine engels enclave en aan de kant van marokko nog een kleine spaanse enclave. Kortom, genoeg reden om blij te zijn dat we er tijdens mijn wacht voorbij gaan komen.

Aan de ene kant is het daarom erg jammer dat dit in het donker is, aan de andere kant maakt het de navigatie uitdaging des te interessanter. Een mooie oefening in lichtjes zien en herkennen, radar in de gaten houden en natuurlijk de AIS die van ‘alle’ schepen de informatie geeft over welke koers ze hebben, snelheid en grootte. Alle schepen is hier natuurlijk relatief. Veel kleine zeiljachten hebben het niet, maar ook een grote donkere schaduw die we voor de lichtjes op de vaste wal door zien schuiven blijkt van dit hulpmiddel verstoken. De boordlichten zijn ook bijna niet te zien maar wat wel te zien is, is dat het geen klein jachtje is. Stuurman Ali verteld me dat het een marineschip is, die schijnen nogal lak te hebben aan goede zichtbaarheid zelfs als ze niet perse in oorlog zijn.

Verbaasd kijk ik het schip na terwijl het verder vaart en algauw helemaal niet meer te zien is.

Dat de enorm drukke scheepvaart voor sommige stuurlui toch ook wel spannend is blijkt uit de overvloedige communicatie van een nogal paniekerig klinkende stuurman. Hij heeft met nogal een aantal schepen aan de stok en geeft zoveel opdrachten aan andere schepen om voor hem uit wijken dat het lijkt of hij vergeten is dat marifoon kanaal 16 niet zijn privé kanaal is. Hem wordt op een gegeven moment door de verkeersleiding toch even  verzocht om dit toch maar niet steeds op kanaal 16 te doen en over te schakelen naar een vrij kanaal. Even later horen we diezelfde verkeersleiding tevergeefs proberen om weer contact te leggen omdat hij nogal vreemde manoevres aan het uithalen is. De officier is blijkbaar vergeten dat hij wel moet blijven uitluisteren, of hij is in slaap gevallen. In elk geval horen we hem niet meer terug.

De verdere passage verloopt rustig, tot aan het eind van de wacht. Dan komt namelijk de jarige Abel naar boven voor zijn wacht. We hebben de stuurhut versierd met ballonnen en zingen hem luidkeels toe. Nog niet helemaal wakker lijkt Abel er nog niet helemaal aan toe maar na een kop koffie kan hij dan toch de felicitaties in ontvangst nemen.

Tevreden kruip ik in m’n kooi en voel dat het schip begint te wennen aan de lange deining van de Atlantische Oceaan.

Bunkeren

Net zoals bij je auto moet je met een boot ook gewoon tanken om, met de tegenwind die wij al dagen hebben, te kunnen blijven varen.

Echter waar je met je auto naar de pomp gaat en hem simpel volgooit en eenvoudig pint, gaat dat met een schip waar meer dan 30.000 liter diesel in gaat wel even anders.

Ten eerste moeten er allerlei papieren worden ingevuld en moet je een haven kiezen waar je na veel onderhandeling over prijs kan gaan bunkeren. Die prijs in gezien de grote hoeveelheid natuurlijk wel belangrijk. Schepen mogen als ze internationaal varen (aantonen met een hoop papierwerk) belastingvrij tanken. Gelukkig maar want dat scheelt deze tankbeurt zo’n 20.000 euro’s.

Een tussenpersoon (agent) op de wal doet hierin een hoop werk (tegen betaling uiteraard) en regelt dat je de haven in mag varen met de autoriteiten. Ook zorgt hij ervoor dat er een tankwagen met de gewenste hoeveelheid diesel klaarstaat als we aankomen. Dat mogen invaren was in cathagena nog wel een probleempje aangezien ze in spanje wat moeite hebben met het begrip zeilboot. Vrachtschip, dat snappen ze wel en een klein jachtje ook nog maar wij zitten er met de Atlantis van ruim vijftig meter er een beetje tussenin en dat zorgt voor een hoop heen en weer bellen en mailen met de agent en kost een heleboel tijd (ongeveer een dag). We ankeren daarom in een baai


 
vlakbij Carthagena om af te wachten. iets wat eigenlijk ook niet mag maar kapitein Serge doet of z’n neus bloed en vaart er maar gewoon in met de houding van, als je niks hoort van ze is het ook geen probleem. We horen inderdaad niks en overnachten heerlijk rustig in de mooie luwe baai.

De volgende dag krijgen we een definitieve go voor het tanken en varen we Carthagena binnen. Het tanken verloopt voorspoedig en we krijgen tegen alle verwachting in bericht dat we zelfs een nachtje mogen blijven liggen. Erg fijn want dan hoeven we niet een nacht tegen windkracht 7 in te motoren en kunnen we met de crew gezellig de stad in voor een hapje eten. Het wordt erg gezellig en een beetje te laat maar het zal dan ook nog twee weken duren voor we dit weer kunnen doen in Harlingen.

Knal!

Een harde knal doet ons allen opschrikken vanuit onze rustige stuurhut. Nou ok, dit is niet helemaal waar want het geluid had erg veel moeite om de 50 meter tegen windkracht 7 in de stuurhut te overbruggen maar de knal was er wel degelijk en het effect ook.

Iedereen is in opperste staat van alertheid en kijkt naar een wild flapperend en gescheurd voorzeil aan bakboord van het schip.

Even is niet helemaal duidelijk wat er nou precies gebeurd is maar duidelijk is dat er iets goed kapot is gegaan. Algauw zien we dat niet alleen de buitenkluiver in tweeën is gescheurd maar dat de ook het voorstag op de een of andere manier is losgeraakt/geknapt en wild heen en weer slaat met aan het uiteinde de zware stalen spanner.

Kapitein Serge geeft aan dat hij het schip voor de wind zal draaien om het zeil in de luwte van de andere zeilen te krijgen en en met een aantal mensen spoeden we ons naar voren om het zeil te proberen binnen te krijgen. Dit lukt met goede samenwerking opmerkelijk vlot en nu we alles weer aan boord hebben kijken we wat er nou gebeurd is.

 

De spanner, een massief stalen constructie met een diameter van zo’n drie centimeter die gebruikt wordt om het voorstag waarlangs het zeil gehesen was, op spanning te brengen is simpelweg doormidden gebroken.

Einde oefening dus voor de buitenkluiver, we zullen Nederland moeten zien te bereiken zonder.

Op zich gaat dit natuurlijk prima maar door het missen van het voorste zeil op het schip kunnen we nu ook het achterste (bezaanzeil) niet meer gebruiken omdat het schip dan niet meer in balans is en continu wil oploeven.

Er wordt een reserve spanner gehaald en we zetten zo de stag weer terug op z’n plek. Na een flinke klus kunnen we eindelijk onze koers weer vervolgen en uitrusten met de zonsondergang boven de zuidkaap van Formentera.

Het ritme

‘s ochtends in, niet persee alle vroegte, maar toch rond half tien vertrokken naar Schiphol airport.
Het plan is om via milaan een overstap te maken naar Sardinie en daar via een korte busrit naar de haven van Cagliari te gaan.
Nu had ik verder eigenlijk nog geen idee van de verdere plannen anders dan dat ik uiteindelijk na een week of drie weer in Nederland uit zou komen en wel in Harlingen.
In Milaan had ik een overstap met ruim drie uur tussenruimte dus ik zat nog wat laatste emails door te nemen van m’n werk toen ik een sms kreeg met de mededeling dat we nog die avond zouden vertrekken zodra ik aan boord was.

Nu dus maar extra hopen dat de Italianen zorgvuldig met m’n bagage zouden omgaan want vertraging hierin was dus eigenlijk niet echt meer een optie. Alhoewel ik voor de zekerheid een paar extra onderbroeken in mijn handbagage had gedaan is dat voor drie weken toch wel wat weinig.
Gelukkig bleek in Cagliari alles aanwezig en stond ik vrij snel in de haven alwaar ik de mooie driemaster barkentijn snel zag liggen tussen een flinke coaster en een slepertje.

Ik moest nog even wachten op de crew die nog van de laatste gelegenheid om in Italië te eten gebruik had gemaakt maar eenmaal aan boord was snel m’n plekje gevonden.
Terwijl ik m’n spulletjes an het uitpakken was in mijn hut voelde ik aan de bewegingen in het schip al dat we hadden losgegooid. De kapitein liet er geen gras over groeien en toen ik bovenkwam kwamen net de havenmonden voorbij.

Nadat ik de verdere formaliteiten had afgehandeld en kennis had gemaakt met de crew bleek dat ik de hondewacht had samen met klasgenoot Sietse, stuurman Ali en Linda van de service.
Hoewel kapitein Serge me er van verzekerde dat ik ook na zo’n reisdag wel de eerste wacht kon overslaan had ik eigenijk tegen mijn slaap in gewoon teveel zin om bezig te gaan met het varen dus na een kort dutje gelijk maar de wacht in.

Gelijk bleek alweer waarom ik dit zeilen zo geweldig vind. Een heldere lucht en de contouren van Sardinië leidden me de eerste wacht door en hoewel de wind uit dezelfde richting kwam als waar wij naartoe moesten voelde ik me intens blij om weer op zee te zijn.

Af en toe zetten we toch maar zeil maar het blijft een puzzel om de wind erin te houden. De wind blijft met ons spelen en houd ons daardoor scherp terwijl we dan weer wat moeten afvallen en soms zelfs alles maar weer naar beneden halen omdat we toch maar beter tegen de wind in kunnen motoren. We moeten tenslotte wel naar het westen…

Het weer wisselt af met heldere momenten en onweersbuien. De zee blijf nagenoeg leeg van andere schepen alhoewel het bizar blijft dat je dan toch midden op zee op ramkoers komt met een klein zeiljacht terwijl er aan alle kanten een paar honderd mijl vrij water ligt.

Het houdt je wacht in ieder geval wel interessant.

Drie dagen later komt dan toch de kust van Ibiza op de kaarten. In een prachtig heldere nacht zien we het eerste licht van de toren noord in ibiza. Een prachtige oefening van onze zeevaartschool docent Eef (bukken en rennen) kunnen we hierbij oefenen. Doordat de hoogte en het bereik van het licht op te zoeken kunnen we vaststellen dat we de afstand tot en peiling van de vuurtoren kunnen gebruiken om een positie te bepalen en in de kaart te zetten zonder gebruik van de GPS. Erg leuk.

Beseffende dat dit alweer de laatste wacht is voor het eerste deel van de reis kruip ik voldaan m’n kooi in.

Een paar uur later wordt ik wakker van een ratelende ankerketting.

Ibiza we zijn er!

De Aankomst

‘s ochtends in, niet persee alle vroegte, maar toch rond half tien vertrokken naar Schiphol airport.

Het plan is om via Milaan een overstap te maken naar Sardinië en daar via een korte busrit naar de haven van Cagliari te gaan.

Nu had ik verder eigenlijk nog geen idee van de verdere plannen anders dan dat ik uiteindelijk na een week of drie weer in Nederland uit zou komen en wel in Harlingen.

In Milaan had ik een overstap met ruim drie uur tussenruimte dus ik zat nog wat laatste emails door te nemen van m’n werk toen ik een sms kreeg met de mededeling dat we nog die avond zouden vertrekken zodra ik aan boord was.

 

Nu dus maar extra hopen dat de Italianen zorgvuldig met m’n bagage zouden omgaan want vertraging hierin was dus eigenlijk niet echt meer een optie. Alhoewel ik voor de zekerheid een paar extra onderbroeken in mijn handbagage had gedaan is dat voor drie weken toch wel wat weinig.

Gelukkig bleek in Cagliari alles aanwezig en stond ik vrij snel in de haven alwaar ik de mooie driemaster Barkentijn snel zag liggen tussen een flinke coaster en een slepertje.

 

Ik moest nog even wachten op de crew die nog van de laatste gelegenheid om in Italië te eten gebruik had gemaakt maar eenmaal aan boord was snel m’n plekje gevonden.

Terwijl ik m’n spulletjes an het uitpakken was in mijn hut voelde ik aan de bewegingen in het schip al dat we hadden losgegooid. De kapitein liet er geen gras over groeien en toen ik bovenkwam kwamen net de havenmonden voorbij.

 

Nadat ik de verdere formaliteiten had afgehandeld en kennis had gemaakt met de crew bleek dat ik de hondenwacht had samen met klasgenoot Sietse, stuurman Ali en Linda van de service.

Hoewel kapitein Serge me er van verzekerde dat ik ook na zo’n reisdag wel de eerste wacht kon overslaan had ik eigenijk tegen mijn slaap in gewoon teveel zin om bezig te gaan met het varen dus na een kort dutje gelijk maar de wacht in.

 

Gelijk bleek alweer waarom ik dit zeilen zo geweldig vind. Een heldere lucht en de contouren van Sardinië leidden me de eerste wacht door en hoewel de wind uit dezelfde richting kwam als waar wij naartoe moesten voelde ik me intens blij om weer op zee te zijn.