Update(s) IV

Het is zover, de reis zit erop. Drie maanden op zee, ik dacht dat het eindeloos zou zijn. Maar het voelt alsof ik vorige week pas op het vliegtuig naar Kaap Verdië stapte. De dagen en mijlen zijn voorbij gevlogen.

Alle blogs over de Antarctica-reis staan inmiddels online. Mocht je liever bij de verhalen vanaf Kaap Verdië beginnen, dan moet je er iets meer tijd voor uittrekken. Foto’s volgen nog.

En nu langzaam weer wennen aan het ‘gewone’ leven. Slapen in een bed dat niet schommelt, een wekker die niet om 23.35 uur afgaat, een kop koffie die zonder ‘rutsch’-mat op tafel blijft staan.

Grote kans dat ik de eerste dagen voor 15 man eten kook, midden in de nacht wakker word en steeds één hand vrij houd ‘voor het schip’. Maar net zoals het leven aan boord, zal ook het leven thuis weer heel snel wennen.

 

Weemoed

zondag 18 januari 2015
Met een brede grijns loop ik rond op het vliegveld van Ushuaia. Nog een uurtje, dan gaat mijn vlucht naar Buenos Aires. Nog 6 dagen, dan ben ik thuis. Ik had het ontzettend naar m’n zin aan boord, maar thuis is ook fijn. Vandaar die grijns.

Buiten staan de schuimkoppen op de golven. Windkracht 9. De autoriteiten hebben de haven gesloten. Niemand mag uitvaren. Maar ik ga vandaag niet met de boot. De vliegtuigen landen gewoon. En stijgen ook weer op. Niks aan de hand.

Wanneer we in de lucht zijn, zie ik de Anne-Margaretha veilig in de haven liggen. Nog een paar dagen, dan vertrekt ze weer voor een trip naar Antarctica. Wij vliegen naar het oosten, over het Beagle Kanaal, en buigen dan af richting het noorden.

In vliegtuigen zit ik nooit bij het raampje. Vandaag per ongeluk wel. Ik kijk naar buiten en geniet van de hoge, besneeuwde bergtoppen rondom Ushuaia. Wat een mooi land. Een half uur later zit ik onbeschaamd te huilen. Ik realiseer me dat we in minder dan 3 uur precies hetzelfde traject gaan vliegen als waar we met het schip wéken over gedaan hebben.

Door de bekraste ruit zie ik ver beneden ons de Straat van Magelhaen waar de dolfijnen urenlang in de zon naast het schip zwommen. Cabo Virgines doemt op, waar we met 64,8 knopen wind dagenlang achter een sleper voor anker lagen en we zogenaamd mijn verjaardag vierden, compleet met pannenkoeken en vlaggetjes.

Even verderop zie ik de rotskust waar we bij 55 knopen wind op af denderden en zeiknat werden toen we de zeilen naar beneden haalden. De plek waar het anker maar niet wilde houden en we niet anders konden dan verder gaan door de storm. Het stukje zee waar ik op 4 december pepernoten bakte en midden in de nacht nog een sinterklaasgedicht schreef…

Elke mijl trekt weer aan mij voorbij. En voor elke mijl rolt er een traan over mijn wang. Ik wil best naar huis, hoor, en iedereen in Nederland weer zien. Maar liever nog was ik bij Heinz aan boord gebleven om opnieuw koers te zetten naar Antarctica. En verder.

Stampen en grommen

vrijdag 16 januari 2015
“Om 10 uur worden jullie allemaal bij de Armada verwacht”, zegt Heinz bij het ontbijt. We moeten voor de zoveelste keer deze reis met z’n allen bij de autoriteiten verschijnen om uit te klaren. Of we allemaal wel door de Chileense papierwinkel komen is niet onze grootste zorg (hoewel ikzelf bij het inklaren in Argentinië ineens uit de computer kwam rollen als ‘gezocht in Uruguay’ – geen idee waarom).

Meteo Puerto WilliamsOnze zorg is de wind. De Chilenen houden er namelijk een bijzonder strikt beleid op na. Je mag alleen vertrekken met je zeilschip als de autoriteiten vinden dat de wind gunstig is: niet te hard en uit de goede hoek. Het is geen enkel probleem om bij windkracht 8 binnen te lopen, maar uitvaren bij meer dan windkracht 5 vinden ze te gevaarlijk.

Gelukkig geeft de Chileense windmeter niet meer dan 16 knopen aan: 4 Bft. Wanneer we door het raam van de Armada naar buiten kijken, zien we de schuimkoppen op de golven. Minstens 30 knopen, schatten wij. Maar dat zeggen we niet hardop.

Terug in de haven gooien we snel de lijnen los. Het grootzeil en de bezaan gaan omhoog, allebei met twee riffen. We pakken de fok uit en hijsen die ook. Maar wanneer het zeil bijna hoog is, komt de wind met 55 knopen (10 Bft) binnen.

De fok gaat weer naar beneden. Met z’n vieren proberen we ‘m in bedwang te houden tot hij weer ingepakt is. Daarna zetten we een derde rif in het grootzeil. De volgende stap is ‘zeil naar beneden’, maar hopelijk is dat niet nodig.

Dit korte tochtje (28 mijl, ca. 5 uur) pakt heel anders uit dan we gedacht hadden. Wie niet buiten hoeft te zijn, blijft binnen. Met de wind tegen stampen we naar Ushuaia, dan weer over bakboord, dan weer over stuurboord. Boeken schuiven door de salon. Schoenen en laarzen vliegen door de hutten. Gasten verdwijnen in hun bed of vragen om een emmertje.

Buiten schijnt de zon. De golven spatten hoog op tegen de boeg. Twintig meter verder, achter het roer, krijg ik het water vol in m’n gezicht. Onder mijn voeten gromt de motor terwijl de besneeuwde bergtoppen boven Ushuaia heel langzaam dichterbij komen. Nog een paar uur stampen, dan zit mijn trip er echt op.

 

It Frysk folksliet

donderdag 15 januari 2015
Generatoren die aan en uit gaan, de motor die op 1200 toeren draait, een trap die kraakt, mensen die praten in de stuurhut: er is dag en nacht geluid aan boord. Mijn hut (en die van maat Juul) ligt direct naast de machinekamer, naast de trap en onder de stuurhut. Vol in de geluidszone.

Gelukkig heb ik goede oorpluggen, dus ik slaap overal doorheen. Het accu-alarm (generator moet aan), distress calls (noodsein via de satelliet – meestal loos alarm), een piepende dieptemeter (echo’s die afketsen op een koude waterlaag of walvis), ratelende printers (weerberichten van de kustwacht): ik hoor niks.

Vannacht liggen we in de haven van Puerto Williams, aan de Chileense (zuid)zijde van het Beagle Kanaal. We hebben de Drake achter ons gelaten. De motor is uit, iedereen slaapt. Geen geloop of gepraat, geen piepjes of alarmen (uitgeschakeld). Rust.

Tot 8 uur ’s ochtends. Dan klinkt ineens het Fries volkslied. Gast Wytze heeft vanuit Drachten z’n klarinet meegesleept. Op Eerste Kerstdag verraste hij ons al met Stille nacht. Elke verjaardag aan boord werd ingeluid met een Lang zal ze leve. En nu werd de hele haven van Puerto Williams (twintig schepen) opgewekt met het Fries volkslied.

Wytze neemt wraak. De Oekraïners op het schip naast ons hebben namelijk tot laat in de nacht staan feesten. Ik heb er niks van mee gekregen, maar Wytze deed geen oog dicht. En nu stond hij op het achterdek te toeteren, recht boven het raam van Heinz. Stille nacht, Lang zal ze leven, het hele repertoire kwam voorbij. Nog twee nachten, dan kan Wytze van boord. En Heinz weer uitslapen.

Melchior

vrijdag 9 januari 2015
Het is pas 9 januari en toch zijn we al volop bezig met de terugreis. Vandaag varen we naar de Melchior archipel, een groep verstilde eilanden, overdekt met sneeuwkoepels. Hier gaan we het juiste weer afwachten – tussen twee depressies in – en dan de oversteek wagen, over de Drake, terug naar Ushuaia.

Tot een jaar of 30 geleden was Melchior één groot sneeuweiland, waar je alleen maar omheen kon varen. Sinds een deel van de sneeuw is gesmolten, blijkt het een archipel te zijn, een ketting van eilanden, van elkaar gescheiden door kreekjes en kanalen.

Melchior 1Via een nauwe doorgang – met aan beide zijden hooguit een meter ruimte tussen het schip en de ijsbergen – komen we op een beschutte ankerplek. We gooien 40 meter ankerketting uit  en leggen twee lijnen naar de kant.

Na een nacht zonder ankerwacht (eindelijk) laten we de twee zodiacs te water. Langzaam varen we een kreek in waar volgens onze kaart land zou moeten zijn. Ruwe plekken in de gletsjerwanden laten zien waar de afgelopen jaren stukken afgebrokkeld zijn. Diepe, donkerblauwe spleten verraden de ouderdom van het ijs.

Melchior 2Midden in de kreek ligt een rij stenen. We trekken de motor van de zodiac omhoog en peddelen verder. Het gaat net. Als we om de bocht komen, drijft er een stoet prachtige ijsbergen. Op een ervan heeft een krabeter zich uitgestrekt. Wanneer wij – al klikkend met onze camera’s – langsvaren, steekt hij zijn bek met gekartelde tanden omhoog. De krabeter eet overigens alleen krill, dus wij hoeven ons geen zorgen te maken.

Terug op de Anne-Margaretha is het tijd om ons op te maken voor de Drake. Een paar man/vrouw ruimen met weemoed de zodiacs op en sjorren alles aan dek vast. Anderen koken extra eten voor de overtocht (uit angst dat ze op de Drake weer zeeziek zullen zijn en dan niet in de kombuis kunnen staan). Weer anderen hebben nu al Drake-vrees en blijven het liefst de rest van de dag in hun bed.

Aan het eind van de dag drinken we allemaal ons laatste wijntje of biertje, voordat we vroeg gaan slapen. De wekker staat op 6 uur en dan begint de terugreis, waar iedereen – om welke reden dan ook – het liefst nooit aan zou beginnen.

Lemaire Channel

woensdag 7 januari 2015
“Als we nu verder varen, komen we vast te zitten in het ijs en kunnen we niet meer terug.” We zijn nog geen 5 mijl verwijderd van Vernadsky, de Oekraïense basis op Antarctica. Het meest zuidelijke punt van onze reis. Was de bedoeling.

Heinz beslist anders. Na enige druk van mij en Greet. Wij vinden het gekkenwerk om nog verder te varen. Voor ons ligt alleen maar ijs. In hapklare brokken weliswaar, maar de ruimte tussen die brokken wordt steeds kleiner.

Heinz twijfelde net zo goed, maar wilde iedereen graag zo ver mogelijk zuid laten komen. En de wodka van Vernadsky laten proeven. Hoewel hij er zelf geen druppel van drinkt. Maar het ijs waarmee we onze wodka zouden koelen, verspert nu onze weg.

Lemaire ChannelWe keren om en varen voor de tweede keer deze dag door een van de meest spectaculaire doorgangen van het Antarctisch schiereiland: Lemaire Channel. Aan stuur- en bakboord steken de rotswanden bijna loodrecht uit het water omhoog. Grote ijsbergen drijven van zuid naar noord, bultruggen spuiten in de verte, pinguïns duiken vanaf een ijsschots in het water.

Op de heenweg stond iedereen aan dek foto’s te maken van de gletsjers, rotsen en ijsformaties. Maar nu op de terugreis duikt de een na de ander de salon in om op z’n laptop de resultaten te bekijken. Ik neem het roer over van Heinz en stuur hem naar binnen om op te warmen; hij stond sinds vanochtend al buiten.

Even sta ik helemaal alleen naar misschien wel het meest bijzondere landschap op aarde te kijken. Het water klotst zachtjes langs het schip, de gletsjers kraken. Verder is het stil. Tot ik ‘kloenk’ hoor. Een flinke brok ijs schuurt langs de romp. Heinz is meteen gealarmeerd, trekt z’n jas en handschoenen weer aan en stapt naar buiten om ijswacht te houden.

Pinguin Post Office

dinsdag 6 januari 2015
“Welcome to Port Lockroy, the most southern post office in the world.” De Britse Sarah staat ons bij de rotsen op te wachten wanneer we met onze zodiac aankomen bij Port Lockroy. Het deel van Antarctica waar wij rondstruinen wordt geclaimd door de Britten. Vandaar dat zij er een basis hebben.

De Chilenen claimen ditzelfde stuk van Antarctica en ook zij hebben her en der een basis gebouwd. Vaar je vanaf een Chileense basis een half uurtje verder, dan kom je geheid een Argentijnse basis tegen, want ook de Argentijnen menen dat dit deel van Antarctica van hun is.

Officieel is Antarctica van niemand, of van iedereen. Maar voor het geval we daar met z’n allen ooit anders over gaan denken, hebben de Britten, Chilenen en Argentijnen (en trouwens ook de Fransen, Russen, Noren en Amerikanen) alvast hun stukje veiliggesteld.

Maar ja, wat moet je de hele dag op zo’n basis? De Britten hebben een groot deel van hun onderkomen ingericht als winkel, een ander deel als museum. Vijf jaar geleden sliepen de vier meiden die Port Lockroy ‘bemannen’ samen in één kamer, met in het midden een tafel en fornuis. Vier maanden lang met z’n vieren op 20 m2, geen enkele privacy. Inmiddels is er een apart gebouwtje gekomen, zodat ook hun voormalige slaap- en leefruimte nu bij het museum getrokken is.

Port Lockroy keukenWanneer we uit de zodiac gestapt zijn, lopen we tussen de pinguïns door richting het winkeltje. Sarah vertelt over de geschiedenis van de basis (gesticht tijdens de Tweede Wereldoorlog) en geeft de laatste details over de pinguïnpopulatie die er rondscharrelt, schreeuwt en schijt.

De eerste pinguïnjongen zijn al uit het ei gekropen en piepen om aandacht. Die ze volop krijgen van onze camera’s. Daarna borstelen we onze laarzen schoon om naar binnen te gaan. De winkel biedt een teleurstellende collectie ansichtkaarten (5 stuks), maar de stempel van het meest zuidelijke postkantoor wil je natuurlijk niet missen.

Even later zit iedereen aan een tafel in het museum te schrijven, stempelen en plakken. De eerstvolgende bevoorradingsboot die Port Lockroy aandoet, zal de kaarten meenemen naar de Falkland Eilanden. Vanaf daar gaan ze verder richting Europa. Wanneer? Ergens dit jaar. Hopelijk.

Met ons zeilschip bij de Britse basis Port Lockroy
Met ons zeilschip bij de Britse basis Port Lockroy

Kloenk

maandag 5 januari 2015
‘Kloenk’. Ik sta op het voordek het anker omhoog te halen. Voor de derde keer deze middag. In anderhalf uur tijd. We proberen te ankeren bij de Chileense basis bij Waterboat point, aan de rand van Paradise Harbour. Paradise Harbour klinkt mooi, maar ‘kloenk’ wil je niet horen op een schip.

Op de Chileense basis wonen twaalf militairen. Ze hebben ons uitgenodigd op de koffie en volgens Greet hebben ze ook een goede likeur in de aanbieding. En dus zetten wij vanochtend om een uur of 9 koers naar Waterboat point.

Dankzij ons boekje met primitieve tekeningen van verschillende ankerplekken op Antarctica hebben we een goed beeld van hoe de situatie eruitziet bij Waterboat point, waar je het beste kunt ankeren en om welke steen je je lijnen vast moet leggen. Moet lukken.

Maar na drie keer proberen houdt het anker nog steeds niet. Elke keer ketst het af op een rots onder water. En onze lijnen naar de kant bieden te weinig houvast. Nog voordat de ene knoop gelegd is, waaien we verder, zodat we de andere lijn niet meer kunnen vastmaken.

Tot overmaat van ramp draait de wind van zuid naar noord. Hij is niet sterk, maar wanneer de stroming de verkeerde kant op is, kan de hele baai vol ijs komen te liggen. Heinz besluit aan de andere kant van de basis te gaan liggen, in Paradise Harbour, waar we niet ingesloten kunnen worden. En dus gaat het anker weer op.

Terwijl ik de ketting omhoog haal drijven we langzaam af. Tot ik ‘kloenk’ hoor en het schip voel schudden. We liggen vast. Op de rotsen onder water. Bij hoog water. Ik hoor Heinz schelden. Had ie nog niet de pest in van het krabbende anker, dan nu toch zeker van de ‘kloenk’. Het schip is sterk, maar rotsen ook.

Ik trek de ankerketting verder omhoog en gelukkig schieten we los. We varen naar de andere kant van de basis, peilen de diepte en laten opnieuw het anker vallen. Het houdt. Evenals de lijnen naar de kant. Zodra we vastliggen duikt Heinz onder de vloer om te checken of de rots geen gat in de romp geslagen heeft. De huid is alleen vochtig van de condens. Niks verontrustends dus.

’s Avonds na het eten gaan we met de zodiac naar de Chilenen. Koffie, zelfgebakken cake en citroenlikeur staan voor ons klaar. Een aantal van ons schuift aan in de bar voor een ijskoud biertje. Ik ga met Heinz en een aantal gasten terug naar het schip om de afwas te doen.

Als ik met m’n handen in het sop sta, hoor ik weer ‘kloenk’. Niet zo hevig als vanmiddag, maar er schuift duidelijk iets langs de romp. Ik loop naar buiten om poolshoogte te nemen. Heinz staat in het gangboord met een pikhaak een enorme brok ijs van de boot af te duwen. “Roep met de VHF de rest maar op. Ze moeten terugkomen”, zegt Heinz. “We gaan weg hier, klote plek.”

Het feestje in de Chileense bar wordt voortijdig afgebroken. Zodra de laatste gast aan boord is, halen we de lijnen los. Het anker gaat weer op en we varen weg. Het is half een ’s nachts. Nog 6 uur naar onze nieuwe bestemming. Het wordt een lange dag.

Het wrak

zondag 4 januari 2015
Het is 11 uur als ik wakker word. Zondagochtend: uitslapen. Ik hoor vogels krijsen. Zal ik opstaan? Liggen blijven is ook fijn.

Als ik in de salon kom, zitten de meesten rustig een boek te lezen, hun foto’s te bekijken of te breien. Door de patrijspoorten zie ik een enorme brok roest. We liggen afgemeerd aan een wrak waarin talloze sternen hun nest hebben. Over hoe het wrak heet zijn de meningen verdeeld. Op de boeg is de naam Mobile te ontwaren, maar die is in geen enkele reisgids terug te vinden.

Vijf jaar geleden ben ik langs het wrak van de Gouvernören gevaren, dus “dat zal deze dan wel zijn”, dacht ik. Die gedachte wordt bevestigd door de informatie uit het Antarcticaboek van gast Martin. Dus houden we het voorlopig op de Gouvernören.

’s Middags maken we een zondagse ‘spatziergang’ per zodiac. In de zon varen we langs afgebrokkelde gletsjers en bizarre ijsbergen. Er is vrijwel geen wind en als we aan land gaan is het bijna te warm om te lopen.

We beklimmen een heuvel, al ploegend door de sneeuw. Houden op de top een sneeuwballengevecht en glijden met z’n allen weer naar beneden, als zaten we in de speeltuin op een glijbaan.

Wanneer we weer terugvaren naar het hoekje waar de Anne-Margaretha ligt, weet ik zeker dat de homp roest naast ons niet de Gouvernören is. Een schip als de Europa zou er nooit langsgevaren kunnen zijn, veel te krap en te ondiep. “Maar”, vraagt Heinz zich af, “waar ligt de Gouvernören dan wel?” En waarom kent hij die plek niet? Wie weet treffen we het de komende dagen nog ergens aan.

Deception

zaterdag 3 januari 2015
Antarctica is zo ongeveer het meest beschermde gebied op aarde. Overal zijn regels voor. En je mag niks. Je mag niks achterlaten en niks meenemen. Je mag niet ergens ankeren als er al een ander (groot) schip ligt. Je mag nooit meer dan 100 man tegelijk aan land laten gaan. En op elke 20 man moet er verplicht een gids mee.

Onze gids heet Bine. Officieel is het natuurlijk Sabine, maar niemand neemt die moeite. Bine is een klein, springerig meisje uit Oostenrijk. Ze is 29 en bioloog. Woonde twee jaar op Spitsbergen en een aantal maanden in Ushuaia. Bine houdt van uithoeken.

Nu we op Antarctica zijn, geeft ze bijna elke dag een presentatie. Over pinguïns of skua’s, walvissen of dolfijnen, mossen of kelp. We zien prachtige foto’s voorbijkomen van dansende bultruggen, orka’s die hun neus boven water steken en spuitende Minke walvissen.

Karl aus Bayern zit in de salon met z’n zonnebril op naar de presentatie de kijken. Driftig schrijft hij mee in z’n schriftje. 5000 blauwe vinvissen, 15 miljoen ton krill. De cijfers variëren van schrijnend (zo weinig als er nog over zijn) tot duizelingwekkend (zoveel drijft er rond).

Na de presentatie over walvissen gaan we naar Whalers Bay, waar de resten van een Noorse walvisfabriek te zien zijn. Hoeveel walvissen zouden daar wel niet naartoe gesleept zijn?

Whalers Bay ligt in Deception Island, een oude, maar nog altijd actieve vulkaan. De oostwand van de vulkaan is deels ingestort – duizenden jaren geleden – waardoor de krater nu vol water staat. Genoeg om naar binnen te zeilen.

Aan het begin van de 20e eeuw vestigden Noorse walvisvaarders zich in de krater. Die overigens minder beschutting biedt dan je zou verwachten. Vandaar de naam: het is een deceptie. De wind kan er behoorlijk doorheen jagen, de golven opzwepend, schepen naar lager wal drijvend.

Maar dat zijn niet de grootste gevaren. Het voormalige Noorse walvisstation in Whalers Bay – sinds de jaren 40 een Brits onderzoeksstation – is in 1969 verwoest bij een vulkaanuitbarsting. De onderzoekers die er woonden konden zich net op tijd in veiligheid brengen met een Chileens schip.

Wij gaan aan land en struinen langs de ketels waar de Noren de walvisblubber in kookten, het huisje waarin de Britse onderzoekers woonden en hun gegevens verwerkten, en langs de begraafplaats waar zo’n 35 walvisjagers begraven zijn, niet alleen door hun maten, maar ook door de lava bij de uitbarsting van 1969.

Een indrukwekkende plek en een ijzingwekkende gedachte dat de walvisvaarders hier maanden (jaren?) achtereen in de vrieskou zaten, de dode walvissen op het strand sleepten en ze verwerkten voor de Europese industrie.

Wij stappen weer in de zodiac en klimmen aan boord van ons verwarmde schip. Heinz start de motor, stuurt het schip de vulkaankrater uit en koerst zuid, richting het vaste land van Antarctica.