30 knopen wind, uit de verkeerde richting

zondag 19 oktober

Om 6 uur gaat de wekker en nee, we zijn nog niet op zee. De halve nacht hebben we van de muziek kunnen genieten die de openluchtbar in Mindelo draaide. Om nog een rustige nacht te hebben, bleven we wat langer in de haven. Maar van die nachtrust kwam weinig terecht.

Nu moeten we vóór 8 uur wegwezen, want we hebben tijdens het uitklaren bij de douane van Sao Vicento gezegd dat we op de 18e zouden vertrekken. Om 8 uur ’s ochtends is de douane weer present en dus moeten wij dan op zee zitten. Om half 8 gooien we de lijnen los. De zeilen gaan omhoog en binnen een uur hebben we windkracht 7 te pakken, met het eiland nog in het zicht. We kunnen meteen een rif zetten en dat zullen we deze reis nog regelmatig doen.

Nadat afgelopen mei het grootzeil gescheurd was, heeft Greet een nieuw grootzeil en een nieuw bezaanzeil besteld, het ene voor de voorste mast, het andere voor de achterste. Ze doen bijna pijn aan de ogen, zo wit. Ik ben benieuwd hoe ze eruit zullen zien wanneer het schip volgend jaar augustus weer terug in Nederland komt.

Om 12 uur start mijn eerste wacht. Ingesmeerd met factor 50, een strak blauwe lucht en een stevige bries staan we aan het roer. Kwam de wind van opzij, dan gingen we nu best hard. Hij komt echter recht van voor en veel meer dan 2-3 knopen doen we niet. Een knoop is 1852 meter per uur, dus qua snelheid lijkt het erop alsof we lopend naar de overkant gaan.
Maar niets zo veranderlijk als de wind. Niet veel later komt ie pal uit het oosten met 30 knopen per uur, ca. windkracht 7, again. Opnieuw het rif erin, bulletalie erbij (een touw om de giek vast te zetten), zwemvesten aan. Dat laatste roept altijd gemopper op. Ze wegen een paar kilo en liggen zwaar in je nek. Sommigen zuchten en steunen, maar als ik heel eerlijk ben, heb ik de helft van de tijd niet eens door dat ik ‘m om heb en sta al minutenlang af te wassen voordat ik me realiseer dat ie in de kombuis echt niet om hoeft.

De laatste (?) afwas van vandaag is inmiddels gedaan, buiten is het aarde nacht. Geen stadsverlichting, geen vuurtoren, geen schepen. Niks. Alleen sterren en ons eigen toplicht, boven in de mast. Maar goed dat we inmiddels weten wie we aan boord hebben, anders zou je elkaar buiten in het donker niet herkennen.