Aanmonsteren of niet?

 

Een paar dagen later gingen we naar Sines, het stadje waar de Tall Ship Regatta een tussenstop ging maken. We reden langs de boulevard waar verscheidene standjes werden opgebouwd, voor muziek, marketing en milkshakes. Behalve de standbouwers was er nog niemand te zien.

Iets verderop stopten we bij de haven. Een stuk of wat Tall Ships lagen er al afgemeerd. De stuurman van een van de schepen was een oud-klasgenoot en wij gingen eens polsen hoe de overtocht verlopen was en of ze nog crew nodig zouden hebben voor het volgende traject.

Het goede nieuws was dat ze (lang) niet alle kooien verkocht hadden en dat er dus best een plekje voor ons was aan boord. Het andere goede (voor hen) slash slechte (voor ons) nieuws was dat ze niet per se extra crew nodig hadden.

We overwogen de opties. Aanmonsteren, lekker op zee zijn en flink wat dagen schrijven in ons monsterboekje? Of vasthouden aan ons principe om als gekwalificeerde bemanning niet (onbetaald) voor spek-en-bonen mee te gaan?

De prijs van het vliegticket Bermuda-Amsterdam gaf de doorslag. Als dat er ook nog bovenop kwam, werden het dure dagen op zee. In plaats daarvan boekten we een paar dagen later een vliegticket Lissabon-Amsterdam voor een fractie van de prijs en zetten koers naar huis.

 

Op de werf in Portimao

Het schip dat we vorig jaar op Marktplaats zagen, staat online nog steeds te koop. In Portimao, aldus Marktplaats. Via Google Earth komen we erachter waar het waarschijnlijk zal liggen. Op een werf tussen een ratjetoe van schepen in meer of mindere staat van ontbinding. Op maandagochtend stappen we in onze gehuurde zwarte Picanto en rijden er naartoe.

Rond half een draaien we het terrein op. In de verte, recht voor ons, menen we het schip al te zien staan. We parkeren de Picanto en lopen in de brandende zon verder, tussen de schepen door die op de kant staan en langs verscheidene kleine werkplaatsen. Niemand kijkt op of om. Na een minuut of twintig staan we naast de Aphrodite, de kiel op ooghoogte, de twee masten ver boven ons uit torenend. Ze ziet er goed uit, zeker voor een schip dat al ruim 3 jaar op het droge staat.

De rompdikte is onlangs nog gemeten. 6.4, 5.9, 6.7, 4.9 staat met krijt op de huid geschreven. 6 cm moet het zijn. Dat is het niet overal, maar het grootste deel is dik genoeg. Geen probleem, concluderen wij. Ook de masten en de giek zien er prima uit. Verstaging lijkt redelijk recent, de zeilen zijn misschien nog bruikbaar zelfs. De zeereling is solide, het stuurhuis ook.

Van wie zou het zijn? Na lang dralen stappen we op een van de mannen af die in een loods bij het schip aan het werk is. In een combinatie van Frans, Spaans en Italiaans probeer ik de Portugees duidelijk te maken dat we de eigenaar van de Aphrodite zoeken. Hij is weinig toeschietelijk. “Het schip is hier naartoe gekomen, op de kant gezet en verder wil hij er niks mee te maken hebben”, vertaalt Marijn het Portugese antwoord van de klusser.

We druipen af. Terug bij de auto overwegen we onze opties. “We zijn hier nu,” zegt Marijn. “Dus als we er iets mee willen, moeten we nu doorpakken.” Helemaal waar. Maar hoe? We besluiten naar de eigenaar van de jachthaven te gaan. Die weet er wellicht meer van.

Van de dure superjachten die hier ook liggen, wist hij waarschijnlijk precies wie de eigenaar was, maar niet van dit ‘aangespoelde’ exemplaar dat verderop tussen de afgedankte schepen lag. We moesten het maar achter de rechterdeur in die groene loods vragen, aldus Daniel van de jachtwerf.

Opnieuw zetten we koers naar de Aphrodite, maar nu namen we de Picanto mee. Daar leende de lengte van het parcours zich wel voor. Bij de groene loods vinden we een parkeerplaats. We stappen uit en spreken een van de werknemers bij de rechterdeur van de loods aan. Of hij Engels sprak. “Nee, maar zijn baas wel.” We lopen achter hem aan naar het kantoor van zijn baas, boven in de loods.

De baas kijkt verbaasd op als we binnenstappen, en spreekt ook geen Engels. Met handen en voeten weten we duidelijk te maken wat onze vraag is. Dan moesten we niet bij hem zijn, maar bij z’n buurman, achter de linkerdeur van de groene loods. We danken hem voor zijn behulpzaamheid, lopen de trap weer af en gaan naar de linkerdeur. Daar herhalen we voor de vierde keer onze vraag. De werknemer spreekt wederom geen Engels, en neemt ons weer mee naar zijn baas. Die deze keer niet boven in de loods blijkt te zitten, maar verderop, op een visserskotter.

Wie de eigenaar van de Aphrodite was, want wij dachten dat het schip te koop lag, proberen wij in het Engels. De baas spreekt geen woord over de grens. Zelfs ons ratjetoe van Frans, Spaans en Italiaans baat niet. Dan schiet iemand op de kade ons te hulp. Vlot vertaalt hij onze vraag, evenals het antwoord van de baas: “Het schip was van mij en het is net verkocht,” klinkt het resoluut. Eerlijk gezegd geloven we er niks van, maar ons Portugees is te slecht om er verder in te duiken. We starten de Picanto, werpen nog een blik op Aphrodite en rijden de werf af.

Waarom naar Portugal?

Het is 32 graden, we zitten met een lokaal gebrouwen biertje op een terras in Lissabon. Dat we naar Portugal vlogen was niet helemaal uit de lucht gegrepen. Op zondag 16 april, als afsluiting van het Sail-evenement, vertrokken vanuit Greenwich een stuk of 15 schepen voor de Tall Ship Regatta 2017. Eindbestemming: Quebec, Canada. Tussenstop: Sines, Portugal.

Sines ligt op twee uur rijden van Lissabon. Het zou zomaar kunnen dat een van de deelnemende schepen nieuwe crew nodig heeft voor de volgende etappe, die op 30 april van start gaat. Dat zouden wij ook kunnen zijn. Het is het proberen waard. En een dag of 10 vakantie houden aan de Atlantische kust leek ons ook geen gek idee. De vlucht naar Lissabon werd geboekt.

Een goede bijkomstigheid is dat er aan de Portugese zuidkust nog ergens een mooi schip te koop moet liggen. Vorig jaar spotten we dat al op Marktplaats, namen contact op met de adverteerder, maar kregen geen respons. Nu we toch ‘in de buurt’ zijn, zouden we best een kijkje kunnen nemen om te zien hoe het erbij lag.

London Heathrow, 3h02 pm

Elke 2 minuten stijgt er een vliegtuig op. Recht voor onze neus. We zitten in het Flying Chariot café op Londen Heathrow, in afwachting van onze vlucht naar Lissabon. En nee, dat was niet de bedoeling.

Het schip waarmee we naar Londen kwamen, de J.R. Tolkien, vaart inmiddels met dikke tegenwind op de Noordzee, terug naar Hamburg. Wij gingen niet mee.

Hoe dat zo gekomen is, lees je in de blogs vanaf 1 april. Er gebeurde nog veel meer, maar online houden we het hierbij.

Wij gingen na Sail Royal Greenwich van boord, namen verschillende bestemmingen in overweging en boekten een vlucht naar Lissabon. Eerst vakantie, daarna verder kijken vanuit daar. Wat en hoe verder? Dat lees je vanaf hier.

Zeil zetten

Om 13.55 uur stappen de eerste gasten aan boord voor een tochtje op de Thames. Marijn staat met een teller in de hand, ik neem de tickets in. 67 man tellen wij. Fred houdt een voor de gasten onverstaanbaar praatje over het schip, de reddingsvesten en het mastklimmen. Dan gooien we los.

We zijn met 4 nautische crew aan dek. Paul staat in de keuken met ene Lars als hulpje. Voor het uitserveren van de snacks en het bemannen van de bar zijn 3 Duitse dames ingevlogen. Waarom ons dit de afgelopen week niet even verteld had kunnen worden, is nog steeds een raadsel.

Op de terugweg staat de wind goed en kunnen we zeil zetten: de mars, de bram en de binnenkluiver. Laura van de bardienst heeft hier ook als stuurman gewerkt en souffleert ons. “Hebben jullie nog nooit zeil gezet?” vraagt ze na afloop verbaasd. Hier niet nee. En dat zullen we na dit evenement ook niet meer doen, hebben we inmiddels besloten.

Het pinraildiagram

De sfeer aan boord is gespannen. Sabry is bang dat hij geen salaris zal krijgen zolang zijn papieren niet in de orde zijn, terwijl zijn hele gezin in Egypte afhankelijk is van zijn inkomen. Paul vreest dat hij tijdens het Sail-festival alleen maar in de keuken zal staan, hoewel hij er nog zo op gehamerd had dat hij niet ging koken. Marijn ziet zichzelf al de hele zomer bier tappen in plaats van de zaken aan dek te managen. En ik vraag me af hoe we hier überhaupt zeil gaan zetten als iedereen in de service moet werken terwijl ikzelf nog geen flauw benul heb welke lijn bij welk zeil hoort en of die lijn wel op de juiste plek belegd is.

Bij een kop koffie of een biertje hebben we het aan boord hartstikke gezellig met z’n allen, Fred incluis. Maar ieders onzekerheid over de werkzaamheden doet de algehele sfeer geen goed.

Als oplossing voor het probleem van de touwen die na de schilderbeurt lukraak ergens vastgezet zijn, vraag ik Marijn of hij een pinraildiagram wil maken. Een schema van alle pinnen aan boord met daarbij de naam van welke touw waar thuishoort. Zodra dat schema klaar is, kunnen we de pinnen gaan labelen en alle touwen op de juiste plek beleggen. Fred heeft er al een begin mee gemaakt, maar het is nog niet af en de tijd begint te dringen. Als stuurman lijkt het mij goed hierin het voortouw te nemen en ervoor te zorgen dat het klaar is voordat we met gasten gaan varen.

Marijn werkt in sneltreinvaart zijn verfklus van die ochtend af. “Ik wilde zometeen verder gaan met het pinraildiagram,” zegt hij tegen Fred wanneer die langsloopt. “Dan kunnen we de pinnen gaan labelen en misschien in de haven vast wat zeil zetten als proef.” Fred lacht. “Het geel en zwart van de verschansing moet ook nog geverfd worden, hoor. We zijn nog lang niet klaar.”

“Misschien is het ook wel handig als wij straks weten welke lijn waarbij hoort als we hier zeil gaan zetten op de Thames,” werp ik tegen. “Het is voor ons echt niet fijn als we dat dan nog moeten gaan uitzoeken en onveilig bovendien.” “Dat komt nog wel,” meent Fred. “Er moet eerst geverfd worden.”

 

Sabry

Het is zaterdag. Vandaag wordt er niet gevaren. We zijn de afgelopen week 12 keer naar de Tower Bridge en terug gevaren. Het deel van Londen dat wel mooi is vanaf het water ligt aan de andere kant van de brug.

Inmiddels zijn we een week aan boord. Sabry heeft nog geen stap in de kombuis gezet. Wij dachten dat hij de kok zou zijn. Sabry weet van niks. Hij houdt wel erg van klussen en stort zich vol overgave op het ontroesten van de ankerlier. Fred heeft al 4 keer gezegd dat het nu wel klaar is, maar Sabry weet van geen ophouden.

Voordat hij zich vastbeet in de ankerlier, schuurde Sabry het halve schip. In zijn kielzog verfde Paul alles weer netjes wit. Paul was ook al zo’n klusfanaat, maar dan een die echt handig is. Officieel behoort Paul niet tot de bemanning. Hij is gewoon komen aanlopen in Hamburg. Hij knapt graag oude schepen op en wilde wel mee naar Londen zeilen. Per ongeluk liet hij vallen dat hij ook kan koken. Maar dat ging hij niet doen hier aan boord, sprak hij af met de vrouw van de eigenaar. Daarover geen twijfel.  

Nu er geen vaste kok is, zullen we per toerbeurt moeten koken. Ik stel een schema op voor ontbijt, lunch, diner en schoonmaken, zodat iedereen elke dag een taak heeft. Sabry rooster ik in voor het diner van vandaag. De PEC-kapiteins zijn er een dagje op uit, we liggen de hele dag stil, dus alle tijd om iets voor te bereiden. En mocht het mislopen met het diner van Sabry, dan is er weinig schade, zo redeneerde ik.

Om 18.05 uur is Sabry nog druk met de schuurmachine in de weer. Hoe het met het eten staat voor vanavond, vraag ik hem. “Ik?” vraag hij. “Ja,” zeg ik. Het rooster draait inmiddels al een aantal dagen en ik weet zeker dat hij vanochtend gezien heeft dat hij voor het diner staat ingepland. Sabry begint te sputteren. “Ik kan helemaal niet koken. Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag. Ik ben veel te bang dat ik iets fout doe,” verklaart hij zijn afwezigheid tot nu toe in de kombuis.

Waarom had ie dat niet eerder verteld? Dan had ik vandaag zelf iets kunnen regelen. “Ik wil wel helpen,” oppert ie nog. Dat is goed bedoeld, maar op deze manier gaan we het de rest van het seizoen niet redden natuurlijk. Ik spreek Fred erop aan. “Wij dachten dat hier een kok of servicemedewerker zou zijn, maar Sabry blijkt geen van beide. Hoe zit dat?” Fred lacht een beetje. “Reken er maar niet op dat er een kok komt. En servicecrew is moeilijk te vinden, dus ik denk niet dat die nog gaat komen dit seizoen,” zegt hij. “Jij bent de stuurman, regel het maar.”

Ik pak mijn functieomschrijving er nog eens bij, maar daarin staat niets over het runnen van een hotel-restaurant. Over 5 dagen begint het festival en moet er voor 60 man een driegangenbuffet gekookt worden. En nu bleek dat wij dat moesten doen? “Zet maar een paar matrozen in de keuken,” rondt Fred ons gesprek af.

De BBC

“Vanmiddag rond 13.00 uur komt de BBC aan boord om een promo te maken voor het festival,” deelt Fred mee tijdens het ontbijt. Met hoeveel mensen ze komen, wil ik weten. “Geen idee,” zegt hij. “Waarschijnlijk een stuk of vijf.”

“We moeten ook koffie en frisdrank serveren,” horen we bij de lunch. Verder nog iets? “Nee, we gaan er niet te veel poespas van maken,” meent Fred. Marijn zet een kan koffie en ik scharrel een paar pakken appel- en sinaasappelsap op. Wanneer ik een blik over mijn schouder werp en door de patrijspoort achter de bar kijk, zie ik al een flink aantal mensen op de kade staan.

Behalve de filmcrew had de BBC ook een paar lokale politici, een stuk of wat jongerenwerkers en 35 middelbare scholieren meegenomen. Ik schrik me kapot. Op 50 man hadden wij niet gerekend. Zoveel frisdrankglazen waren er niet eens aan boord. Ik duik in een van de banken op zoek naar plastic of papieren bekers.  

Ondertussen klauteren de Engelse jongeren naar het bovendek voor een film- en fotosessie. Na de sessie op het bovendek worden er een stuk of wat richting kluivernet gedirigeerd. Normaal gesproken dragen gasten een klimharnas om zich te zekeren in het kluivernet, maar we hebben er maar twee, dus we houden ons wijselijk stil.

Of ze ook in de mast konden klimmen, was de vraag die daarna volgde. “Natuurlijk,” antwoordde Fred. “Marijn, geef jij deze jongen even instructies over het klimmen? Neem een van die touwen maar om hem te zekeren.” Voordat Marijn kon vragen welk touw daar precies voor gebruikt werd en of er nog specifieke aandachtspunten voor het klimmen op dit schip waren, was Fred al naar het achterdek verdwenen.

De jongen had zich al in het klimharnas gehesen en stond klaar om over de reling te stappen. Moest hij deze knul nu echt voor het oog van de BBC in het want laten klimmen, zonder zelf daartoe specifieke instructie gehad te hebben?

 

Pilot Exemption Certificate

De Thames is een getijdenrivier. Bij hoogwater staat er al snel 5 meter meer water dan bij laagwater, en tijdens de eb of de vloed stroomt het met 4-5 knopen naar zee of juist richting de stad. Geen gemakkelijke rivier om te bevaren. Vandaar dat je voor een groot deel van de rivier verplicht bent een pilot aan boord te nemen die je langs de ondieptes en stroomversnellingen loodst.

Voor Sail Royal Greenwich komen er een stuk of 15, hoofdzakelijk Nederlandse tallships naar Londen, die elke dag 3 of 4 tochten over de Thames zullen maken. Over zoveel loodsen beschikt het district Londen niet. Daarom moeten de kapiteins zelf een pilot-training doen, proefvaren over de Thames en een certificaat halen om hier te mogen varen, het zogenoemde Pilot Exemption Certificate. Ons schip is de komende week gecharterd als trainingsschip voor de kapiteins.

Een half uur nadat we vastgeknoopt hebben in Woolwich, een voorstad van Londen, staan er 4 mannen op de kade: een pilot, iemand van het organiserend comité en 2 kapiteins voor de training. De derde kapitein is nog onderweg.

Gister maakten we in allerijl hun hutten in orde toen ineens bleek dat het hele stel aan boord zou blijven slapen. Of ze ook te eten moesten hebben, vroeg ik. “Nee, ze zorgen voor zichzelf,” meende Fred. Het leek mij sterk dat de mannen tussendoor nog tijd zouden hebben om ergens iets te eten te regelen. “Met de inkopen is geen rekening met hen gehouden, dus we gaan niet voor ze koken,” vervolgt hij. Alsof de inkoper überhaupt enig benul had gehad van wat we hier nodig hebben.

Op ons tweede proefritje richting de Tower Bridge komt Fred naar me toe. “Het blijkt dat de mannen volpension hebben deze week.” Joh. Het is inmiddels 17.30 uur. Rond 19.00 uur zullen we weer aan de kade liggen, om een uur later opnieuw uit te varen voor een derde tocht naar de Tower Bridge. In de tussentijd moet er gegeten worden. We hopen dat we er met diepvriesgroente en bockworst uit blik nog iets van kunnen maken.