Deception

zaterdag 3 januari 2015
Antarctica is zo ongeveer het meest beschermde gebied op aarde. Overal zijn regels voor. En je mag niks. Je mag niks achterlaten en niks meenemen. Je mag niet ergens ankeren als er al een ander (groot) schip ligt. Je mag nooit meer dan 100 man tegelijk aan land laten gaan. En op elke 20 man moet er verplicht een gids mee.

Onze gids heet Bine. Officieel is het natuurlijk Sabine, maar niemand neemt die moeite. Bine is een klein, springerig meisje uit Oostenrijk. Ze is 29 en bioloog. Woonde twee jaar op Spitsbergen en een aantal maanden in Ushuaia. Bine houdt van uithoeken.

Nu we op Antarctica zijn, geeft ze bijna elke dag een presentatie. Over pinguïns of skua’s, walvissen of dolfijnen, mossen of kelp. We zien prachtige foto’s voorbijkomen van dansende bultruggen, orka’s die hun neus boven water steken en spuitende Minke walvissen.

Karl aus Bayern zit in de salon met z’n zonnebril op naar de presentatie de kijken. Driftig schrijft hij mee in z’n schriftje. 5000 blauwe vinvissen, 15 miljoen ton krill. De cijfers variëren van schrijnend (zo weinig als er nog over zijn) tot duizelingwekkend (zoveel drijft er rond).

Na de presentatie over walvissen gaan we naar Whalers Bay, waar de resten van een Noorse walvisfabriek te zien zijn. Hoeveel walvissen zouden daar wel niet naartoe gesleept zijn?

Whalers Bay ligt in Deception Island, een oude, maar nog altijd actieve vulkaan. De oostwand van de vulkaan is deels ingestort – duizenden jaren geleden – waardoor de krater nu vol water staat. Genoeg om naar binnen te zeilen.

Aan het begin van de 20e eeuw vestigden Noorse walvisvaarders zich in de krater. Die overigens minder beschutting biedt dan je zou verwachten. Vandaar de naam: het is een deceptie. De wind kan er behoorlijk doorheen jagen, de golven opzwepend, schepen naar lager wal drijvend.

Maar dat zijn niet de grootste gevaren. Het voormalige Noorse walvisstation in Whalers Bay – sinds de jaren 40 een Brits onderzoeksstation – is in 1969 verwoest bij een vulkaanuitbarsting. De onderzoekers die er woonden konden zich net op tijd in veiligheid brengen met een Chileens schip.

Wij gaan aan land en struinen langs de ketels waar de Noren de walvisblubber in kookten, het huisje waarin de Britse onderzoekers woonden en hun gegevens verwerkten, en langs de begraafplaats waar zo’n 35 walvisjagers begraven zijn, niet alleen door hun maten, maar ook door de lava bij de uitbarsting van 1969.

Een indrukwekkende plek en een ijzingwekkende gedachte dat de walvisvaarders hier maanden (jaren?) achtereen in de vrieskou zaten, de dode walvissen op het strand sleepten en ze verwerkten voor de Europese industrie.

Wij stappen weer in de zodiac en klimmen aan boord van ons verwarmde schip. Heinz start de motor, stuurt het schip de vulkaankrater uit en koerst zuid, richting het vaste land van Antarctica.