It Frysk folksliet

donderdag 15 januari 2015
Generatoren die aan en uit gaan, de motor die op 1200 toeren draait, een trap die kraakt, mensen die praten in de stuurhut: er is dag en nacht geluid aan boord. Mijn hut (en die van maat Juul) ligt direct naast de machinekamer, naast de trap en onder de stuurhut. Vol in de geluidszone.

Gelukkig heb ik goede oorpluggen, dus ik slaap overal doorheen. Het accu-alarm (generator moet aan), distress calls (noodsein via de satelliet – meestal loos alarm), een piepende dieptemeter (echo’s die afketsen op een koude waterlaag of walvis), ratelende printers (weerberichten van de kustwacht): ik hoor niks.

Vannacht liggen we in de haven van Puerto Williams, aan de Chileense (zuid)zijde van het Beagle Kanaal. We hebben de Drake achter ons gelaten. De motor is uit, iedereen slaapt. Geen geloop of gepraat, geen piepjes of alarmen (uitgeschakeld). Rust.

Tot 8 uur ’s ochtends. Dan klinkt ineens het Fries volkslied. Gast Wytze heeft vanuit Drachten z’n klarinet meegesleept. Op Eerste Kerstdag verraste hij ons al met Stille nacht. Elke verjaardag aan boord werd ingeluid met een Lang zal ze leve. En nu werd de hele haven van Puerto Williams (twintig schepen) opgewekt met het Fries volkslied.

Wytze neemt wraak. De Oekraïners op het schip naast ons hebben namelijk tot laat in de nacht staan feesten. Ik heb er niks van mee gekregen, maar Wytze deed geen oog dicht. En nu stond hij op het achterdek te toeteren, recht boven het raam van Heinz. Stille nacht, Lang zal ze leven, het hele repertoire kwam voorbij. Nog twee nachten, dan kan Wytze van boord. En Heinz weer uitslapen.