Kloenk

maandag 5 januari 2015
‘Kloenk’. Ik sta op het voordek het anker omhoog te halen. Voor de derde keer deze middag. In anderhalf uur tijd. We proberen te ankeren bij de Chileense basis bij Waterboat point, aan de rand van Paradise Harbour. Paradise Harbour klinkt mooi, maar ‘kloenk’ wil je niet horen op een schip.

Op de Chileense basis wonen twaalf militairen. Ze hebben ons uitgenodigd op de koffie en volgens Greet hebben ze ook een goede likeur in de aanbieding. En dus zetten wij vanochtend om een uur of 9 koers naar Waterboat point.

Dankzij ons boekje met primitieve tekeningen van verschillende ankerplekken op Antarctica hebben we een goed beeld van hoe de situatie eruitziet bij Waterboat point, waar je het beste kunt ankeren en om welke steen je je lijnen vast moet leggen. Moet lukken.

Maar na drie keer proberen houdt het anker nog steeds niet. Elke keer ketst het af op een rots onder water. En onze lijnen naar de kant bieden te weinig houvast. Nog voordat de ene knoop gelegd is, waaien we verder, zodat we de andere lijn niet meer kunnen vastmaken.

Tot overmaat van ramp draait de wind van zuid naar noord. Hij is niet sterk, maar wanneer de stroming de verkeerde kant op is, kan de hele baai vol ijs komen te liggen. Heinz besluit aan de andere kant van de basis te gaan liggen, in Paradise Harbour, waar we niet ingesloten kunnen worden. En dus gaat het anker weer op.

Terwijl ik de ketting omhoog haal drijven we langzaam af. Tot ik ‘kloenk’ hoor en het schip voel schudden. We liggen vast. Op de rotsen onder water. Bij hoog water. Ik hoor Heinz schelden. Had ie nog niet de pest in van het krabbende anker, dan nu toch zeker van de ‘kloenk’. Het schip is sterk, maar rotsen ook.

Ik trek de ankerketting verder omhoog en gelukkig schieten we los. We varen naar de andere kant van de basis, peilen de diepte en laten opnieuw het anker vallen. Het houdt. Evenals de lijnen naar de kant. Zodra we vastliggen duikt Heinz onder de vloer om te checken of de rots geen gat in de romp geslagen heeft. De huid is alleen vochtig van de condens. Niks verontrustends dus.

’s Avonds na het eten gaan we met de zodiac naar de Chilenen. Koffie, zelfgebakken cake en citroenlikeur staan voor ons klaar. Een aantal van ons schuift aan in de bar voor een ijskoud biertje. Ik ga met Heinz en een aantal gasten terug naar het schip om de afwas te doen.

Als ik met m’n handen in het sop sta, hoor ik weer ‘kloenk’. Niet zo hevig als vanmiddag, maar er schuift duidelijk iets langs de romp. Ik loop naar buiten om poolshoogte te nemen. Heinz staat in het gangboord met een pikhaak een enorme brok ijs van de boot af te duwen. “Roep met de VHF de rest maar op. Ze moeten terugkomen”, zegt Heinz. “We gaan weg hier, klote plek.”

Het feestje in de Chileense bar wordt voortijdig afgebroken. Zodra de laatste gast aan boord is, halen we de lijnen los. Het anker gaat weer op en we varen weg. Het is half een ’s nachts. Nog 6 uur naar onze nieuwe bestemming. Het wordt een lange dag.