London Heathrow, 3h02 pm

Elke 2 minuten stijgt er een vliegtuig op. Recht voor onze neus. We zitten in het Flying Chariot café op Londen Heathrow, in afwachting van onze vlucht naar Lissabon. En nee, dat was niet de bedoeling.

Het schip waarmee we naar Londen kwamen, de J.R. Tolkien, vaart inmiddels met dikke tegenwind op de Noordzee, terug naar Hamburg. Wij gingen niet mee.

Hoe dat zo gekomen is, lees je in de blogs vanaf 1 april. Er gebeurde nog veel meer, maar online houden we het hierbij.

Wij gingen na Sail Royal Greenwich van boord, namen verschillende bestemmingen in overweging en boekten een vlucht naar Lissabon. Eerst vakantie, daarna verder kijken vanuit daar. Wat en hoe verder? Dat lees je vanaf hier.

Zeil zetten

Om 13.55 uur stappen de eerste gasten aan boord voor een tochtje op de Thames. Marijn staat met een teller in de hand, ik neem de tickets in. 67 man tellen wij. Fred houdt een voor de gasten onverstaanbaar praatje over het schip, de reddingsvesten en het mastklimmen. Dan gooien we los.

We zijn met 4 nautische crew aan dek. Paul staat in de keuken met ene Lars als hulpje. Voor het uitserveren van de snacks en het bemannen van de bar zijn 3 Duitse dames ingevlogen. Waarom ons dit de afgelopen week niet even verteld had kunnen worden, is nog steeds een raadsel.

Op de terugweg staat de wind goed en kunnen we zeil zetten: de mars, de bram en de binnenkluiver. Laura van de bardienst heeft hier ook als stuurman gewerkt en souffleert ons. “Hebben jullie nog nooit zeil gezet?” vraagt ze na afloop verbaasd. Hier niet nee. En dat zullen we na dit evenement ook niet meer doen, hebben we inmiddels besloten.

Het pinraildiagram

De sfeer aan boord is gespannen. Sabry is bang dat hij geen salaris zal krijgen zolang zijn papieren niet in de orde zijn, terwijl zijn hele gezin in Egypte afhankelijk is van zijn inkomen. Paul vreest dat hij tijdens het Sail-festival alleen maar in de keuken zal staan, hoewel hij er nog zo op gehamerd had dat hij niet ging koken. Marijn ziet zichzelf al de hele zomer bier tappen in plaats van de zaken aan dek te managen. En ik vraag me af hoe we hier überhaupt zeil gaan zetten als iedereen in de service moet werken terwijl ikzelf nog geen flauw benul heb welke lijn bij welk zeil hoort en of die lijn wel op de juiste plek belegd is.

Bij een kop koffie of een biertje hebben we het aan boord hartstikke gezellig met z’n allen, Fred incluis. Maar ieders onzekerheid over de werkzaamheden doet de algehele sfeer geen goed.

Als oplossing voor het probleem van de touwen die na de schilderbeurt lukraak ergens vastgezet zijn, vraag ik Marijn of hij een pinraildiagram wil maken. Een schema van alle pinnen aan boord met daarbij de naam van welke touw waar thuishoort. Zodra dat schema klaar is, kunnen we de pinnen gaan labelen en alle touwen op de juiste plek beleggen. Fred heeft er al een begin mee gemaakt, maar het is nog niet af en de tijd begint te dringen. Als stuurman lijkt het mij goed hierin het voortouw te nemen en ervoor te zorgen dat het klaar is voordat we met gasten gaan varen.

Marijn werkt in sneltreinvaart zijn verfklus van die ochtend af. “Ik wilde zometeen verder gaan met het pinraildiagram,” zegt hij tegen Fred wanneer die langsloopt. “Dan kunnen we de pinnen gaan labelen en misschien in de haven vast wat zeil zetten als proef.” Fred lacht. “Het geel en zwart van de verschansing moet ook nog geverfd worden, hoor. We zijn nog lang niet klaar.”

“Misschien is het ook wel handig als wij straks weten welke lijn waarbij hoort als we hier zeil gaan zetten op de Thames,” werp ik tegen. “Het is voor ons echt niet fijn als we dat dan nog moeten gaan uitzoeken en onveilig bovendien.” “Dat komt nog wel,” meent Fred. “Er moet eerst geverfd worden.”

 

Sabry

Het is zaterdag. Vandaag wordt er niet gevaren. We zijn de afgelopen week 12 keer naar de Tower Bridge en terug gevaren. Het deel van Londen dat wel mooi is vanaf het water ligt aan de andere kant van de brug.

Inmiddels zijn we een week aan boord. Sabry heeft nog geen stap in de kombuis gezet. Wij dachten dat hij de kok zou zijn. Sabry weet van niks. Hij houdt wel erg van klussen en stort zich vol overgave op het ontroesten van de ankerlier. Fred heeft al 4 keer gezegd dat het nu wel klaar is, maar Sabry weet van geen ophouden.

Voordat hij zich vastbeet in de ankerlier, schuurde Sabry het halve schip. In zijn kielzog verfde Paul alles weer netjes wit. Paul was ook al zo’n klusfanaat, maar dan een die echt handig is. Officieel behoort Paul niet tot de bemanning. Hij is gewoon komen aanlopen in Hamburg. Hij knapt graag oude schepen op en wilde wel mee naar Londen zeilen. Per ongeluk liet hij vallen dat hij ook kan koken. Maar dat ging hij niet doen hier aan boord, sprak hij af met de vrouw van de eigenaar. Daarover geen twijfel.  

Nu er geen vaste kok is, zullen we per toerbeurt moeten koken. Ik stel een schema op voor ontbijt, lunch, diner en schoonmaken, zodat iedereen elke dag een taak heeft. Sabry rooster ik in voor het diner van vandaag. De PEC-kapiteins zijn er een dagje op uit, we liggen de hele dag stil, dus alle tijd om iets voor te bereiden. En mocht het mislopen met het diner van Sabry, dan is er weinig schade, zo redeneerde ik.

Om 18.05 uur is Sabry nog druk met de schuurmachine in de weer. Hoe het met het eten staat voor vanavond, vraag ik hem. “Ik?” vraag hij. “Ja,” zeg ik. Het rooster draait inmiddels al een aantal dagen en ik weet zeker dat hij vanochtend gezien heeft dat hij voor het diner staat ingepland. Sabry begint te sputteren. “Ik kan helemaal niet koken. Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag. Ik ben veel te bang dat ik iets fout doe,” verklaart hij zijn afwezigheid tot nu toe in de kombuis.

Waarom had ie dat niet eerder verteld? Dan had ik vandaag zelf iets kunnen regelen. “Ik wil wel helpen,” oppert ie nog. Dat is goed bedoeld, maar op deze manier gaan we het de rest van het seizoen niet redden natuurlijk. Ik spreek Fred erop aan. “Wij dachten dat hier een kok of servicemedewerker zou zijn, maar Sabry blijkt geen van beide. Hoe zit dat?” Fred lacht een beetje. “Reken er maar niet op dat er een kok komt. En servicecrew is moeilijk te vinden, dus ik denk niet dat die nog gaat komen dit seizoen,” zegt hij. “Jij bent de stuurman, regel het maar.”

Ik pak mijn functieomschrijving er nog eens bij, maar daarin staat niets over het runnen van een hotel-restaurant. Over 5 dagen begint het festival en moet er voor 60 man een driegangenbuffet gekookt worden. En nu bleek dat wij dat moesten doen? “Zet maar een paar matrozen in de keuken,” rondt Fred ons gesprek af.

De BBC

“Vanmiddag rond 13.00 uur komt de BBC aan boord om een promo te maken voor het festival,” deelt Fred mee tijdens het ontbijt. Met hoeveel mensen ze komen, wil ik weten. “Geen idee,” zegt hij. “Waarschijnlijk een stuk of vijf.”

“We moeten ook koffie en frisdrank serveren,” horen we bij de lunch. Verder nog iets? “Nee, we gaan er niet te veel poespas van maken,” meent Fred. Marijn zet een kan koffie en ik scharrel een paar pakken appel- en sinaasappelsap op. Wanneer ik een blik over mijn schouder werp en door de patrijspoort achter de bar kijk, zie ik al een flink aantal mensen op de kade staan.

Behalve de filmcrew had de BBC ook een paar lokale politici, een stuk of wat jongerenwerkers en 35 middelbare scholieren meegenomen. Ik schrik me kapot. Op 50 man hadden wij niet gerekend. Zoveel frisdrankglazen waren er niet eens aan boord. Ik duik in een van de banken op zoek naar plastic of papieren bekers.  

Ondertussen klauteren de Engelse jongeren naar het bovendek voor een film- en fotosessie. Na de sessie op het bovendek worden er een stuk of wat richting kluivernet gedirigeerd. Normaal gesproken dragen gasten een klimharnas om zich te zekeren in het kluivernet, maar we hebben er maar twee, dus we houden ons wijselijk stil.

Of ze ook in de mast konden klimmen, was de vraag die daarna volgde. “Natuurlijk,” antwoordde Fred. “Marijn, geef jij deze jongen even instructies over het klimmen? Neem een van die touwen maar om hem te zekeren.” Voordat Marijn kon vragen welk touw daar precies voor gebruikt werd en of er nog specifieke aandachtspunten voor het klimmen op dit schip waren, was Fred al naar het achterdek verdwenen.

De jongen had zich al in het klimharnas gehesen en stond klaar om over de reling te stappen. Moest hij deze knul nu echt voor het oog van de BBC in het want laten klimmen, zonder zelf daartoe specifieke instructie gehad te hebben?

 

Pilot Exemption Certificate

De Thames is een getijdenrivier. Bij hoogwater staat er al snel 5 meter meer water dan bij laagwater, en tijdens de eb of de vloed stroomt het met 4-5 knopen naar zee of juist richting de stad. Geen gemakkelijke rivier om te bevaren. Vandaar dat je voor een groot deel van de rivier verplicht bent een pilot aan boord te nemen die je langs de ondieptes en stroomversnellingen loodst.

Voor Sail Royal Greenwich komen er een stuk of 15, hoofdzakelijk Nederlandse tallships naar Londen, die elke dag 3 of 4 tochten over de Thames zullen maken. Over zoveel loodsen beschikt het district Londen niet. Daarom moeten de kapiteins zelf een pilot-training doen, proefvaren over de Thames en een certificaat halen om hier te mogen varen, het zogenoemde Pilot Exemption Certificate. Ons schip is de komende week gecharterd als trainingsschip voor de kapiteins.

Een half uur nadat we vastgeknoopt hebben in Woolwich, een voorstad van Londen, staan er 4 mannen op de kade: een pilot, iemand van het organiserend comité en 2 kapiteins voor de training. De derde kapitein is nog onderweg.

Gister maakten we in allerijl hun hutten in orde toen ineens bleek dat het hele stel aan boord zou blijven slapen. Of ze ook te eten moesten hebben, vroeg ik. “Nee, ze zorgen voor zichzelf,” meende Fred. Het leek mij sterk dat de mannen tussendoor nog tijd zouden hebben om ergens iets te eten te regelen. “Met de inkopen is geen rekening met hen gehouden, dus we gaan niet voor ze koken,” vervolgt hij. Alsof de inkoper überhaupt enig benul had gehad van wat we hier nodig hebben.

Op ons tweede proefritje richting de Tower Bridge komt Fred naar me toe. “Het blijkt dat de mannen volpension hebben deze week.” Joh. Het is inmiddels 17.30 uur. Rond 19.00 uur zullen we weer aan de kade liggen, om een uur later opnieuw uit te varen voor een derde tocht naar de Tower Bridge. In de tussentijd moet er gegeten worden. We hopen dat we er met diepvriesgroente en bockworst uit blik nog iets van kunnen maken.  

 

Noord-Oost-Zuid-West… Waar gaan we naartoe?

“En? Naar welke pool gaan jullie deze keer?”
“De Oostpool.”
“Bestaat die dan?”
“Met een beetje fantasie wel.”

We gaan varen met de J.R. Tolkien, een tweemasttopzeilschoener van ruim 40 meter. En we zullen veel tijd doorbrengen op de Oostzee en de Noordzee.

kaartje Oostzee

Maar allereerst zeilen we vanuit Hamburg naar Greenwich, een plek die een belangrijke rol heeft gespeeld in de zeilvaart. Door Greenwich loopt natuurlijk de nulmeridiaan. Pas sinds 1884 overigens. Tot die tijd waren er vele nulmeridianen, wat de plaatsbepaling op zee niet ten goede kwam.

De tijdbal in Greenwich

En op het dak van het voormalig observatorium in Greenwich valt iedere dag om exact 13.00 uur een tijdbal naar beneden. Vanaf de Theems kun je dit zien en in vroeger tijden konden zeelui dan hun boordklokken gelijk zetten. Eveneens belangrijk voor het bepalen van je plaats op zee.

Tegenwoordig geeft onze telefoon automatisch de juiste tijd weer, dus daarvoor hoeven we de Theems niet op. Maar wel voor Sail Royal Greenwich, een nautisch festival met vele tallships, ruim een miljoen bezoekers en talloze tochtjes over de Theems naar de Tower Bridge in Londen.

Voor ons geen rustige Paasdagen in elk geval, maar wel een bijzondere kick-off van het vaarseizoen.