Weemoed

zondag 18 januari 2015
Met een brede grijns loop ik rond op het vliegveld van Ushuaia. Nog een uurtje, dan gaat mijn vlucht naar Buenos Aires. Nog 6 dagen, dan ben ik thuis. Ik had het ontzettend naar m’n zin aan boord, maar thuis is ook fijn. Vandaar die grijns.

Buiten staan de schuimkoppen op de golven. Windkracht 9. De autoriteiten hebben de haven gesloten. Niemand mag uitvaren. Maar ik ga vandaag niet met de boot. De vliegtuigen landen gewoon. En stijgen ook weer op. Niks aan de hand.

Wanneer we in de lucht zijn, zie ik de Anne-Margaretha veilig in de haven liggen. Nog een paar dagen, dan vertrekt ze weer voor een trip naar Antarctica. Wij vliegen naar het oosten, over het Beagle Kanaal, en buigen dan af richting het noorden.

In vliegtuigen zit ik nooit bij het raampje. Vandaag per ongeluk wel. Ik kijk naar buiten en geniet van de hoge, besneeuwde bergtoppen rondom Ushuaia. Wat een mooi land. Een half uur later zit ik onbeschaamd te huilen. Ik realiseer me dat we in minder dan 3 uur precies hetzelfde traject gaan vliegen als waar we met het schip w├ęken over gedaan hebben.

Door de bekraste ruit zie ik ver beneden ons de Straat van Magelhaen waar de dolfijnen urenlang in de zon naast het schip zwommen. Cabo Virgines doemt op, waar we met 64,8 knopen wind dagenlang achter een sleper voor anker lagen en we zogenaamd mijn verjaardag vierden, compleet met pannenkoeken en vlaggetjes.

Even verderop zie ik de rotskust waar we bij 55 knopen wind op af denderden en zeiknat werden toen we de zeilen naar beneden haalden. De plek waar het anker maar niet wilde houden en we niet anders konden dan verder gaan door de storm. Het stukje zee waar ik op 4 december pepernoten bakte en midden in de nacht nog een sinterklaasgedicht schreef…

Elke mijl trekt weer aan mij voorbij. En voor elke mijl rolt er een traan over mijn wang. Ik wil best naar huis, hoor, en iedereen in Nederland weer zien. Maar liever nog was ik bij Heinz aan boord gebleven om opnieuw koers te zetten naar Antarctica. En verder.